Fobie

Fobieën zijn er in allerlei soorten en maten. Het kan zijn van een angst in het donker tot een faalangst, van een hoogtevrees tot een smetvrees. Sommige zijn vaak zelfs onbekend. Ze zijn in ieder geval in te delen in twee typen:

* Je hebt de enkelvoudige/specifieke fobieën. Dit zijn fobieën gericht op één speciale situatie, dier, persoon, object of activiteit.

Waar kunnen kinderen extreem bang voor zijn?

– bepaalde dieren (spinnen, honden, slangen).

– bloed, injecties, wonden.

– hoogtes (hoogtevrees).

– kleine ruimtes, zoals een lift of een toilet (claustrofobie).

– overgeven, verslikken of stikken.

* Daarnaast heb je de complexe fobieën, dit kunnen zijn:

– een sociale fobie (extreme angst voor bepaalde openbare situaties, zoals spreken in openbaar).

– agorafobie (angst voor open of gesloten ruimtes en publieke ruimtes).

Hoe herken je een sociale fobie bij een kind?

– ze willen niet naar school.

– zijn verlegen en hebben een teruggetrokken houding.

– hebben weinig vriendjes en vriendinnetjes.

– worden vaak gepest.

– zeggen vaak niet wat zij denken of voelen.

– trillen, blozen en zweten snel in het bijzijn van anderen.

– in een sociale situatie kunnen ze last van huilen, verstijven of woede aanval hebben.

Mogelijke oorzaken van een sociale fobie.

Vaak speelt de thuissituatie een rol, maar duidelijk is nog niet hoe dit verdeeld is tussen genetische aanleg en opvoeding. Belangrijk zijn de volgende zaken, die van invloed kunnen zijn:
-ruzies tussen ouders.

– mishandeling kan het zelfbeeld van een kind beschadigen.

– de schoolsituatie is ook van invloed.

Waaraan kan ik merken dat mijn kind bang is en mogelijk een fobie heeft?

Bij elke leeftijd zijn de verschijnselen anders. Bij kinderen op de basisschool kunnen de verschijnselen b.v. zijn:

– vaak vastklampen aan ouders.

– soms niet meer willen praten.

– veel huilen.

– vaker overdag in hun broek en ’s nachts in bed plassen.

– vaker driftbuien krijgen.

– veel hoofdpijn hebben.

– moeilijk kunnen inslapen en veel wakker worden.

– zich als een clown gedragen.

Wanneer wordt angst bij kinderen een probleem?

Angst wordt een probleem:

– als de angst niet past bij de leeftijd van het kind.

– als de angst lang duurt.

– als de angst heel heftig is.

– als het kind door de angst niet meer gewoon kan leven.

De angsten kunnen dan overgaan in angstklachten, angststoornis en fobieën.

Kinderen zullen altijd proberen om deze dingen/situaties te vermijden. Zodra deze angst langer dan 6 maanden gaat duren, noemen we het een specifieke fobie. 

De rol van ouders bij angst.

Ouders zijn de meest belangrijke factor voor het leren omgaan met angst. Zodra een kind ergens bang op reageert en de ouder gaat dit bevestigen door het kind te beschermen, wordt de angst groter. Het kind krijgt dan de gelegenheid de situatie te vermijden en zal een volgende keer dezelfde “beloning” verwachten. Zo kan er een vicieuze cirkel van vermijding ontstaan die kan uitlopen op een fobie. Bezorgde, lieve en begrijpende ouders zijn daarom voor het ontwikkelen van een angststoornis en een fobie een extra risicofactor.

Wat kan de kindercoach betekenen.

We gaan met de therapie de gedachten en beelden over zaken proberen te wijzigen, waardoor het gevoel zal wijzigen. Dit gaan we doen d.m.v. allerlei specifieke materialen, boeken, opdrachten aan het kind, meditatie en vele andere activiteiten, zodat we zo snel mogelijk de kern van het probleem kunnen achterhalen en er een oplossing voor kunnen bieden. Het kind zal direct ervaren dat het gevoel ook verandert. En als het gevoel verandert door een andere gedachte, hoeft het lichaam niet meer te zweten, buikpijn te hebben of misselijk te worden. Dat is al een grote vooruitgang.

adminFobie