Eetproblemen

Naar schatting 45% van de kinderen onder de 5 jaar heeft een probleem met eten. In de meeste gevallen is zo’n eetprobleem van voorbijgaande aard, maar dit geldt helaas niet voor alle kinderen. Vroeg of laat krijgt elk kind er in min of meerdere mate wel eens mee te maken. Voor jonge kinderen is het best moeilijk om te leren aan tafel te zitten en netjes met bestek te eten. De een weigert iets door te slikken, de ander is bang voor het onbekende voedsel of lust alleen maar geprakte banaan. De mogelijkheid bestaat dat je kind met een eetprobleem verder gaat.

Onder eetproblemen kunnen we verstaan:

–      selectief of zeer beperkt eten.

–      ophalen en braken van voeding. 

–      angst voor slikken en niet zelf willen eten.

–      complete weigering van vast en vloeibaar voedsel. 

Het eetprobleem heeft daarbij vaak een flinke invloed op het gezinsleven. Ouders kunnen aan zichzelf gaan twijfelen en stuiten in veel gevallen op onbegrip bij familie en vrienden. Moeilijk eetgedrag van een kind kan leiden tot een gevoel van machteloosheid of tot enigheid tussen ouders onderling over hoe er mee om te gaan.

 Veel voorkomende eetproblemen aan tafel:

–      weigeren aan tafel te komen.

–      van tafel af lopen tijdens de maaltijd.

–      spelen en knoeien met het eten.

–      weigeren om te eten.

–      moeilijk doen over wat ze eten.

–      heel langzaam eten, muizenhapjes.

Eten moeten we allemaal, maar eten gaat niet vanzelf. Al vanaf de geboorte is het wel /niet of genoeg eten een belangrijk onderwerp. Het leren eten gaat in stapjes, van melk naar zacht naar vast, van neutrale smaken naar speciale smaken en vaak uiteindelijk zelfs naar wat pittige smaken. Eten is eigenlijk ook een vaardigheid die tot ontwikkeling moet komen.

Bij jonge kinderen kunnen er eetproblemen ontstaan door lichamelijke problemen (het doet pijn) of doordat kinderen iets heel erg vies vinden. Er ontstaat dan een probleem van niet of nauwelijks eten. De druk wordt dan vaak wat opgevoerd, omdat er al snel zorgen ontstaan dat een kind niet of niet genoeg eet. Er komt dan ook een (sociale) spanningsfactor bij. Deze spanningsfactor kan het niet-eten van het kind versterken. Zo kunnen weer problemen ontstaan, als deze spanning uit andere (omgevings)bronnen komt. Dat zouden b.v. spanning en onrust in het gezin, ruzies, hoge eisen of veel gejaagdheid kunnen zijn, die letterlijk en figuurlijk de ‘zin’ in eten verminderen.

Waar kunnen eetproblemen mee te maken hebben?

–      dit kan een manier van je kind zijn om aandacht te trekken.

–      je kind mag (te lang en teveel) snoepen en wil dan niet meer eten.

–      de smaak van het eten is belangrijk. Kinderen houden niet van scherpe smaken en kruiden in het eten. Kinderen proeven scherper dan volwassenen, doordat ze meer papillen op hun tong hebben.

–      je kind kan koppig zijn (b.v. de koppigheidsfase van een peuter).

–      het kan een machtsstrijd zijn tussen ouder en kind.

–      je kind kan oververmoeid zijn, b.v. na een lange, drukke dag op school hebben kinderen geen   energie meer om te eten. Kinderen kunnen te moe zijn om te eten.

–      Je kind kan zich verzetten tegen zijn ouder(s), b.v. bij overbezorgde ouder(s) d.m.v. ‘moeilijk eten’.

–      een verhuizing, ziekte of zorgen kunnen belangrijk zijn.

–      de eetlust van een kind kan van dag tot dag verschillen.

Wat kun je aan het eetprobleem doen?

Probeer het eten vooral te laten gebeuren met enige regelmaat, vaste gewoonten en afspraken en vaste etenstijden. Dan weet je kind waar het aan toe is. Geef niet veelvuldig tussendoortjes. Laat je kind, als het dat wil, meedenken en helpen met het eten. Voorkom dat je kind oververmoeid raakt gedurende de dag. Als dat wel een keer zo is, houdt daar dan rekening mee en toon begrip. Bereid je kind op tijd voor, zodra het eten bijna klaar is, zodat hij kan afronden waar hij mee bezig is. Zorg ervoor dat het aan tafel een fijne, goede sfeer is, door gesprekjes en interesse voor je kind. Laat de smartphone even weg bij de tafel. Geef aandacht aan het positieve dat je kind laat zien en probeer ongewenst gedrag te negeren.

Als je vrijwel alles geprobeerd hebt met je kind, wat hierboven beschreven staat en je kind ziet het eten nog steeds niet zitten of met veel moeite, denk er dan eens over na om mij, een kindercoach, een paar keer hulp aan je kind te laten geven. Vaak kunnen een andere visie en andere methodes, spelvormen, opdrachten en therapieën een net andere kijk op de zaak krijgen, waardoor je kind het eten door een heel andere bril gaat zien en het probleem verdwenen kan zijn.

adminEetproblemen