Boosheid

Waarom kan het gebeuren dat een peuter zo boos reageert?

In de peutertijd is je kind bezig met het ontdekken van allerlei zaken en krijgt een steeds sterkere eigen wil. Het gaat uitproberen wat wel en niet mag en leert zo steeds beter wat er van hem verwacht wordt. Je kind krijgt iedere dag wel te maken met een grens en die grens kan vaak een ‘nee’ van de ouder zijn. Het valt niet mee voor je kind om te leren accepteren dat er nu eenmaal regelmatig dingen niet kunnen of mogen. Dat ‘nee’ kan veel boosheid oproepen bij je kind.

In de peuterleeftijd heeft je kind nog geen controle over zijn impulsen en emoties. Het kan zich nog niet altijd zo goed uiten met zijn woorden. Je kind kan zich soms wel eens uiten door boosheid in de vorm van gillen, schreeuwen, huilen, stampen, slaan of zich op de grond te gooien. Je kind wil graag alles zelf doen, maar dat is nog niet altijd even gemakkelijk. Als niet alles lukt zoals het zou moeten, kan dat voor frustratie bij je kind zorgen. Driftbuien en boosheid horen bij de ontwikkeling van een kind, dit is een teken dat je kind zelfstandiger wordt. Je kind kan vanaf 1,5 jaar driftbuien krijgen en tussen het 2e en 3e jaar komen deze buien vaker voor. Dit is natuurlijk voor ieder kind afzonderlijk verschillend of ze er zullen zijn en hoe vaak.

Hoe komt boosheid op latere leeftijd bij het kind naar voren?

Tot zijn 10e jaar heeft je kind zelf meestal niet zo’n last van het gedrag zich boos te uiten. Zodra hij op die leeftijd komt, gaat je kind beter reflecteren op het eigen gedrag. Dat komt vooral, omdat er respons komt van andere kinderen. Dat betekent niet dat je kind dan beter om kan gaan met zijn boosheid, maar het dringt wel beter tot je kind door, dat o.a. andere kinderen het gedrag niet prettig vinden. Boosheid kan zich op verschillende manieren uiten:

– het kan zich veelal naar buiten richten: je kind geeft vooral anderen de schuld van zijn boze gevoelens en voelt zich dan chronisch tekort gedaan. Zelfreflectie is er weinig. Een druk kind en veel in de oppositie zijn kunnen het gevolg zijn.

– het kan zich veelal naar binnen richten: je kind durft vaak zijn boosheid niet te uiten. Dit kan o.a. komen door schaamte of de behoefte door veel mensen aardig gevonden te worden. Rekening houden en aanpassen aan anderen dot je kind teveel. Gevolg is dat er door de oplopende druk uiteindelijk een woede-uitbarsting .

Wat speelt een rol bij boosheid?

Het is logisch dat het ene kind van nature meer temperamentvol is dan het andere kind. Er is daarom een groot verschil in het uiten van boosheid. De omgeving van het kind speelt een grote rol. Op het moment dat boosheid er mag zijn, is er meestal geen groot probleem. Daarnaast kan de omgeving waarin een kind opgevoed wordt, aanleiding geven tot meer boosheid bij het kind. Zodra een kind autoritair of juist grenzeloos wordt opgevoed, kunnen kinderen moeite hebben om met hun boosheid om te gaan. Escalaties zijn dan eerder te verwachten. Een kind moet leren omgaan met teleurstelling, onrecht en niet altijd zijn zin krijgen. Wat het kind meestal nodig heeft is erkenning voor zijn behoefte en medeleven voor zijn gevoelens.

Wat te leren om beter met boosheid om te gaan?

Om de boosheid te voelen en het te kunnen uiten binnen de grenzen, is het belangrijk dat je kind  leert omgaan met de zelfbeheersing. Natuurlijk is het prettig als zo snel mogelijk achterhaald kan worden wat de reden van de boosheid is. Dat is zowel voor de ouders als het kind belangrijk en er zal dan veel meer erkenning en begrip van beide kanten komen. Dan kan een kind essentiële zaken gaan leren om op een zo goed mogelijke manier met zijn boosheid om te leren gaan. Hij kan dan proberen om zich steeds meer en beter zo te uiten en zo concreet mogelijk te handelen. Het is voor beide partijen fijn als het karakter van de ouders en het kind op elkaar aansluiten. Het is belangrijk dat je als ouder het goede voorbeeld aan je kind geeft, want een kind imiteert je op allerlei gebieden en neemt dus ook emoties en gevoelens van je over. Als je kind vaak gefrustreerd is als iets niet lukt, kan het leren om te accepteren dat het soms niet lukt en zo milder te zijn voor zichzelf. Als iets tegenzit bij je kind en het daardoor boos wordt, is dit niet goed voor het zelfvertrouwen. Hij zal het niet leuk vinden dat hij dat weer niet kan en anderen het veel beter kunnen. Zo zal hij verkeerde conclusies over zichzelf gaan trekken.

Voordelen van boze kinderen!

Boosheid heeft ook een goede functie voor je kind en dat is dat je kind op deze manier wel heel goed zijn grenzen kan aangeven om zo goed voor zichzelf op te komen. Deze eigenschap kan later goed van pas komen om weerbaar(der) te zijn. Op deze manier laat een kind zichzelf goed zien en blijft het dicht bij zichzelf. Dit type kinderen staat bekend als doorzetter.

Wat zijn o.a. essentiële punten waaraan gewerkt gaat worden in de praktijk samen met je kind?

– je kind zijn eigen gevoelens bij boosheid meer laten (her)kennen en ervaren.

– je kind leren om de boosheid langzamerhand anders te gaan uiten.

– je kind zoveel mogelijk van agressief naar assertief gedrag zien te krijgen.

– je kind meditatieoefeningen leren, zodat het rustiger gaat worden.

– je kind om te leren gaan met de 5 G´s – gebeurtenis, gedachten, gevoel, gedrag en gevolg.

Ten slotte, boos-zijn mag, het heeft een functie, nl. dat iemand over je grenzen gaat. En dat mag je natuurlijk duidelijk maken. Daarbij mag je het op een assertieve manier doen, maar moet je wel respect hebben voor andermans grenzen.

adminBoosheid